De bel gaat, ik sjok naar de deur en doe open. Voor mij staat een Nightmare Hippie Girl. Stinkhaar met dreads, paarse jas, rode fluwelen broek met wijde pijpen. Ze kijkt kwaad, zeker voor zo’n lelijke kuthippie, en zegt dat ze “dat krat bier terug wil”. Ik weet niet waar ze het over heeft en ram de deur dicht. Ze belt gelijk weer aan. Ik open de deur en schreeuw zo hard ik kan “DONDER OP” en knal de deur nog harder dicht. Ze belt niet nog eens aan. Ik mompel “whatever” en ga terug naar mijn kamer om de boel op te ruimen. De mij onbekende slapende gast is wakker geworden en loopt zonder iets te zeggen naar de voordeur en vertrekt. De telefoon gaat. Ik neem op en leg neer. Neem nog eens op en leg de hoorn naast het toestel. Tering hekel aan gebeld worden en helemaal als ik een kater heb en me thirsty and miserable voel. In de supermarkt loop ik doelloos rond. Mijn kar gevuld met 12 flessen frisdrank, een doos gele vla, een pak vruchtendrank en een sixpack Amstel Gold vraag ik mij af wat ik vergeet.